DIPLOMA-RIJDEN

FEDERATIE VAN NEDERLANDSE RIJSCHOLEN

 

     

Diploma-rijden

Waarom heeft de FNRS gekozen voor deze nieuwe vorm van wedstrijden?

U zult allen wel eens de opmerking gehoord hebben in de trant van "jij hebt een winstpunt gehaald en ik niet en dat komt doordat jij op een automaat zat en ik op een lastig paard". En helaas, soms is dit inderdaad de waarheid.

 


Een blanco exemplaar van het diploma

Maar hoe is dit te verklaren? Bij de beoordeling van de huidige (landelijke-) proeven wordt er voornamelijk gekeken naar de combinatie, dat wil zeggen "de ruiter en het paard". Er wordt alleen zo goed als geen rekening gehouden met het feit dat het bij onderlinge manegewedstrijden gaat om een manegeruiter op een manegepaard. Een gemiddeld manegepaard wordt bereden door zeer veel verschillende ruiters en is daardoor enigszins "afgestompt" voor de hulpen (uitzonderingen daar gelaten). Maar dat er voornamelijk naar de combinatie wordt gekeken, is vanaf nu verledentijd. Bij de FNRS-manegewedstrijden wordt er voornamelijk gekeken naar de rijkunst van de ruiter. Waarom gaat het getoonde zoals het gaat? Wat doet de ruiter om zijn of haar paard/pony te bewegen het gevraagde onderdeel van de proef uit te voeren? Het paard dat zich onder de ruiter bevindt, is niet meer doorslaggevend voor het te behalen aantal punten.

Waarom heeft de FNRS nieuwe proeven opgesteld?


Gratis folder te verkrijgen bij alle FNRS-bedrijven.

Waarom heeft de FNRS gekozen voor het opstellen van nieuwe proeven, in plaats van gebruik te maken van de huidige proeven?
Op de eerste plaats zijn de landelijke proeven, naar onze mening, minder geschikt voor ruiters die net zijn begonnen met rijden.
Daar de maneges fungeren als kweekvijver van de ruitersport, moeten we daar terdege extra aandacht aan besteden. De FNRS-proeven (F-proeven) bevatten onder andere proeven zonder galop (F1 en F2). Tevens zijn de figuren in de lagere F-proeven iets eenvoudiger dan in de huidige proeven. Verder bestaan de F-proeven uit 35 onderdelen. De laatste 10 onderdelen zijn bij alle F-proeven gelijk. De punten 25 tot en met 35 betreffen de ruiter zelf: beenligging, handhouding, inwerking van de kuit, houding en zit, juistheid der beenhulpen, juistheid der teugelhulpen, regelmaat van het tempo, algemene indruk, verzorging van de ruiter en verzorging van het paard. Middels deze punten kan de rijkunst van de ruiter extra benadrukt worden. Juist hiermede onderscheiden de FNRS-manegewedstrijden zich van de landelijke. Er zijn op dit moment 12 proeven (F1 tot en met F12) voor het dressuurrijden, 4 caprilli proeven en 4 parcoursen.

 

Wie mogen de nieuwe proeven beoordelen?

U zult begrijpen dat voor de beoordeling hiervan speciaal opgeleide juryleden nodig zijn. Als een deelnemer opgaat voor de "diploma-proef" moet hij of zij altijd beoordeeld worden door een officieel FNRS-jurylid van buiten de eigen manege. Het FNRS-jurylid van de eigen - organiserende - manege mag wel de "niet diploma-proeven" beoordelen.

Wat is het belang van het caprillirijden?

Het caprillirijden is al een reeds bestaande vorm van paardrijden. Waarom heeft de FNRS gekozen voor het opstellen van de (nieuwe) caprilliproeven? Veel ruiters besluiten om, zodra zij wat meer gevorderd zijn, te gaan springen. Wat echter regelmatig wordt vergeten, is dat dressuur ten grondslag ligt aan het springen. Daar de veiligheid hoog in het vaandel staat bij de FNRS en haar aangesloten bedrijven, acht de FNRS de caprilliproeven als overgang van de dressuur naar het springen van groot belang vanwege het feit dat de caprilliproeven zowel dressuurmatig als springmatig worden beoordeeld.

Klassieke parcoursen

Naast iedere caprilli proef is een klassiek parcours toegevoegd. Het klassieke parcours is nodig om het diploma te behalen en hierdoor ervaring in het springen van een klassiek parcours te krijgen.
Nadat iemand een promotiepunt (p.p.) in de caprilli proef heeft behaald, moet je voor de tweede p.p. een klassiek parcours rijden, hetgeen op stijl beoordeeld zal worden.
Het eerste parcours bestaat uit verschillende hindernissen met lange lijnen. In de daarop volgende parcoursen worden deze lijnen steeds moeilijker. De opzet hiervan is dat een ieder, voordat hij doorstroomt naar de wedstrijdsport, een parcours in een regelmatig galoptempo kan rijden. In deze parcoursen worden de strafpunten (aftrekpunten) van het stijlcijfer afgetrokken; ook weer om het rijden de doorslag te laten geven en niet hoe het paard/pony springt. In het leerstuk caprilli zijn o.a. de volgende onderwerpen opgenomen: het gebruik van de bel, de vlaggen, uitleg over verschillende hindernissen, het starten, weigeren/ ongehoorzaamheden, etc.
 

Diploma's

Teneinde u enthousiast te maken voor deze vorm van wedstrijdrijden en om u een bepaalde kwalificatie te kunnen toekennen, heeft de FNRS gekozen om aan een bepaald bereikt niveau ook een erkenning/bevestiging te koppelen. Besloten is om FNRS diploma's in het leven te roepen. Indien een zeker niveau is bereikt, kunt u in aanmerking komen voor een officieel FNRS diploma.
Dit diploma is echter niet zomaar te behalen. Bij een bepaald praktijkniveau moet u tevens bezitten over enige theoretische kennis.

De combinatie van proeven op een bepaald niveau en de theoretische kennis is als volgt:

  • F1 en F2:
     
  • harnachement & (eenvoudige)manegefiguren
  • F3 en F4:
     
  • exterieur
  • F5 en F6:
     
  • rijtechniek
  • F7 - F12:
     
  • geen theorie
  • C1
     
  • caprilli
  • C2 - C4
     
  • geen theorie


    Indien aan beide voorwaarden is voldaan kunt u een diploma ontvangen. Op de volgende niveaus kan een diploma worden behaald: F2, F4, F6, F8, F10, F12, C1, C2, C3 en C4.

    Hoe wordt de theoretische kennis getoetst?

    De theorie-examens mogen worden afgenomen door de wedstrijdorganisatie van de organiserende manege. Op de wedstrijddag kunnen (alleen) de ruiters die in aanmerking komen voor een diploma, een standaard vragenformulier opvragen bij het wedstrijdsecretariaat. Dit formulier zal 10 meerkeuzevragen bevatten met voor iedere vraag drie mogelijke antwoorden.
    De onderwerpen die tijdens deze theorie-examens aan de orde komen, zijn reeds in de voorgaande alinea genoemd. De leerstof voor deze theorie-examens zal per onderdeel beknopt weergegeven worden op een van de volgende pagina's.

    Hoe zwaar worden de theorie-examens meegeteld?

    De sanctieregeling die toegepast wordt, is als volgt. Voor elk foutief beantwoorde theorievraag zal 1 punt afgetrokken worden van de totaal score van de "diploma-proef". Iemand die bijvoorbeeld een score van 213 punten heeft voor de "diploma-proef" en vervolgens 4 van de 10 theorievragen foutief beantwoordt, zal dus een eindscore van 209 punten krijgen voor zijn/haar "diploma-proef". Deze ruiter zal hierdoor geen PP behalen en derhalve de volgende wedstrijd wederom dezelfde proef moeten starten om de vereiste PP te behalen voor het diploma. Het zal echter vaker voorkomen dat u bijvoorbeeld een score heeft van 216 voor de "diploma-proef" en door aftrek van bijvoorbeeld 2 fouten in de theorie, uitkomt op 214 punten en dus gewoon uw diploma behaalt.
    Het doel van de theorievragen is dat u zelf actief zult worden in het vergaren van enige theoretische kennis en derhalve niet om u te laten zakken voor een diploma. Dit zal echter in sommige gevallen wel voor kunnen komen. De FNRS is van mening dat op deze wijze de interesse voor de theorie het beste wordt opgewekt.

    In welke klasse moet u beginnen?

    Voor een ruiter die op dit moment bijvoorbeeld een nette B-proef kan rijden, is het natuurlijk niet leuk om een F1 proef te starten. De instructeur van uw bedrijf is de aangewezen persoon om te kunnen beoordelen in welke F-proef u het beste kunt beginnen. Wel zouden wij u echter willen adviseren niet in een te hoge proef in te stromen. U kunt echter nooit hoger dan in F6 instromen.
    Dit zou teleurstellingen te weeg kunnen brengen indien blijkt dat er pas na een zeer lange tijd een diploma wordt behaald. Indien u bijvoorbeeld het F6 diploma als eerste diploma heeft behaald (u bent dus ingestroomd in de F5 of F6), kan u, ter aanvulling van de reeks FNRS-diploma's wel de voorafgaande diploma's (in dit voorbeeld dus F2 en F4) tegen betaling bestellen via uw wedstrijdorganisatie (dit is niet verplicht).
    Indien u bent geslaagd voor een hogere proef, worden de praktijkkennis en theoriekennis van de hieraan voorafgaande proeven verondersteld.

    Wat zijn promotiepunten (PP)?

    Indien u 210 punten of meer behaalt voor uw dressuurproef krijgt u een promotiepunt (PP). Bij de caprilliproeven is een PP te behalen bij een score van 180 punten of meer. Met behulp van het volgende overzicht kunt u bepalen of u kunt promoveren naar een hogere proef.

    F1 starten
       1 PP
         F2 starten
           1 PP
             theorie-examen "harnachement & manegefiguren"
               uitreiken diploma F2
    F3 starten
       2 PP
         F4 starten
           2 PP
             theorie-examen "exterieur"
               uitreiken diploma F4
    F5 starten
       2 PP
         F6 starten
           2 PP
             theorie-examen "rijtechniek"
               uitreiken diploma F6

  • F7 starten
          2 PP
            F8 starten
              2 PP
                uitreiken diploma F8
        F9 starten
          2 PP
            F10 starten
              2 PP
                uitreiken diploma F10
        F11 starten
          2 PP
            F12 starten
              2 PP
                uitreiken diploma F12

     
  • C1 starten
          1 PP
            C1 klassiek parcours
              1 PP
                theorie-examen 'springen'
                  uitreiken diploma C1
        C2 starten
          1 PP
            C2 klassiek parcours
              1 PP
                uitreiken diploma C2
        C3 starten
          1 PP
            C3 klassiek parcours
              1 PP
                uitreiken diploma C3
        C4 starten
          1 PP
            C4 klassiek parcours
              1 PP
                uitreiken diploma C4
     
  •